Lees de recensie op Plantages in Suriname. En klik daar door naar andere interessante verhalen. Of lees hieronder.
Toen ik begon aan De smeekbede van Lianne Damen verwachtte ik een historische roman over slavernij. Dat bleek het ook te zijn, maar uiteindelijk las ik vooral een verhaal over verlangen, hoop en verlies.
De smeekbede: een wereld van mensen en emoties
Wat mij direct opviel, was hoe levendig het dagelijks leven wordt beschreven. Niet alleen de grote geschiedenis van plantages, gouverneurs en politieke ontwikkelingen krijgt aandacht, maar juist de wereld van gewone mensen. Je loopt mee door Paramaribo, kijkt binnen in huizen, ruikt het eten, hoort gesprekken en ziet hoe mensen proberen hun leven vorm te geven binnen de beperkingen van hun tijd.
De hoofdpersoon Dédé is daarbij een bijzondere gids. Als vrije zwarte vrouw bevindt zij zich tussen verschillende werelden. Tijdens haar verblijf in Nederland kijkt zij met verwondering naar de mensen om haar heen, maar tegelijk wordt zij zelf bekeken. Wat mij trof, is dat haar vrijmaking geen einde maakt aan haar afhankelijkheid.
Het manumissiepapier blijkt geen paspoort naar echte vrijheid. Zelfs als vrije vrouw wordt er op haar neergekeken en blijft zij in een kwetsbare positie. Het boek laat daarmee zien hoe beperkt vrijheid in de achttiende eeuw kon zijn. Als lezer hoop je voortdurend dat het goed met haar zal komen, maar steeds weer blijkt dat vrijheid iets anders is dan gelijkwaardigheid.
De smeekbede: verlangen naar Quassie, Boni en Antó
Een tweede thema dat voor mij door het hele boek loopt, is verlangen. Dédé verlangt naar Quassie, naar een leven zonder afhankelijkheid, naar een betere toekomst voor haar zoon Antó en naar het nieuws dat Boni ooit zal overwinnen. Boni is in het verhaal meer dan een historische figuur. Hij vertegenwoordigt de hoop dat de bestaande orde niet onveranderlijk is.
De smeekbede: dood, verlies en herinnering
Tegenover dat verlangen staat voortdurend de dood. Naarmate Dédé ouder wordt, verdwijnen mensen uit haar leven. Familieleden, vrienden, geliefden en bekenden sterven. Daardoor krijgt het boek een melancholische ondertoon.
Het meest aangrijpende moment vond ik de dood van Antó. Jarenlang draait Dédé’s leven om haar wens hem vrij te krijgen. Uiteindelijk lukt dat. Maar zijn vrijheid duurt slechts zes jaar. Kort daarna overlijdt hij. Op dat moment kwamen voor mij de twee grote thema’s van het boek samen: verlangen en verlies. Dat was het moment waarop ik meer dan één traantje moest wegpinken.
De smeekbede en de historische wereld achter het verhaal
Voor mij als onderzoeker van Surinaamse plantages had het boek nog een extra laag. Regelmatig kwam ik namen, plaatsen en gebeurtenissen tegen die ik kende uit andere bronnen. Anthony Blom, Elisabeth Samson, Boni en het slavenschip Leusden maken deel uit van dezelfde historische wereld die ik op mijn website onderzoek. Ook de plantages Waterland, Boxel, Sinabo en Portorico spelen een rol in het verhaal. Daardoor voelde de roman voor mij niet als een losstaand verhaal, maar als een menselijke inkleuring van een wereld die ik vooral uit archieven, kaarten en almanakken ken.
Lianne Damen noemt De smeekbede zelf een historische roman. Op haar website licht zij de historische achtergronden en gebruikte bronnen toe. Dat vind ik een mooie keuze. Tijdens het lezen blijft het verhaal centraal staan, terwijl geïnteresseerde lezers achteraf kunnen ontdekken welke historische personen, plaatsen en gebeurtenissen aan de roman ten grondslag liggen.
Dat juist Brabant Cultureel zoveel aandacht heeft voor de zintuiglijke kant van het boek, is niet toevallig. Lianne Damen gebruikte voor de Hollandse scènes onder meer een oud Brabants kookboek om het dagelijks leven geloofwaardig te maken. Ook daarin zie je haar aanpak: historische details worden niet als losse weetjes gepresenteerd, maar verwerkt in geur, smaak, eten en huiselijkheid
Ook literair staat het boek niet op zichzelf. Michiel van Kempen wees in zijn recensie op overeenkomsten met Albert Helmans De stille plantage. Dat is een vergelijking die gewicht heeft. Toch ligt voor mij de kracht van De smeekbede niet zozeer in de grote historische lijn, maar in de manier waarop Dédé als mens tot leven komt.
Mijn oordeel over De smeekbede
Niet alles werkte voor mij even sterk. Sommige uitweidingen over de situatie in Nederland hadden van mij iets compacter gemogen. Ook het slot rond de grote brand van Paramaribo raakte mij minder dan de hoofdstukken die eraan voorafgingen. Voor mijn gevoel had het emotionele hoogtepunt al plaatsgevonden bij Antó’s korte vrijheid en zijn overlijden.
Wat uiteindelijk blijft hangen, is Dédé zelf. Als jonge vrouw kijkt zij hoopvol naar de toekomst. Als oude vrouw ziet zij een wereld veranderen terwijl de meeste mensen die haar leven kleur gaven al zijn verdwenen. Juist daardoor bleef zij nog lang na de laatste bladzijde in mijn gedachten aanwezig.
De smeekbede is voor mij niet alleen een roman over slavernij, maar vooral een roman over wat mensen ondanks alles overeind houdt: hoop, liefde, herinnering en het verlangen naar vrijheid.
Kees Tazelaar, 24 juni 2026
