Vrouwenbibliotheek Utrecht

Recensie door Janny Wildemast

Historica en schrijfster Lianne Damen zag ooit in het kasteel Tanlay in de Bourgogne een gravure van Charles d’Éon, voluit Charles-Geneviève-Louis-Auguste-André-Timothée d’Éon de Beaumont  (1728–1810). De gids gniffelde erbij en zei dat Charles op zijn oude dag een man bleek te zijn. Dat was intrigerend genoeg voor Lianne om op onderzoek uit te gaan en de historisch-fictieve roman En Garde te gaan schrijven. Die begint en eindigt bij de dood van d’Éon. Hij vertelt zijn levensverhaal aan Mary Cole. Wie dat is, zal later blijken. Het verhaal valt uiteen in twee delen, getiteld Charles en Genevièveen speelt in de 18e eeuw in Frankrijk, Rusland en Engeland.

Charles is een van de vele kinderen van een familie die tot de lagere adel behoort. Hij is klein en ziet er wat vrouwelijk uit, tot groot verdriet van zijn vader. Die probeert d.m.v. schermlessen een echte man van hem te maken, terwijl de jongen zich meer meisje voelt. Alleen met een zus en zijn moeder zal hij contact blijven houden, alle anderen komen niet meer ter sprake. De jonge Charles wordt voortdurend gepest en weet zich alleen staande te houden door zijn uitzonderlijke schermkunst en door zijn verbluffende intelligentie. Hij is zeer belezen. “Alles wil ik als krachtvoer in me opnemen. Als bescherming, omdat ik altijd op mijn hoede moet zijn, altijd ‘en garde’ , zo voel ik dat.”  

Zijn vaardigheden komen koning Louis XV ter ore en zo wordt d’Éon van de ene op de andere dag onderdeel van Le Secret du Roi, de geheime dienst. Hij wordt als diplomaat en spion naar Rusland gestuurd. Tsarina Elisabeth geeft regelmatig metamorfosebals waarbij iedereen verplicht is in de kledij van het andere geslacht te komen. Op school had Charles al eens vrouw moeten spelen in een toneelstuk en nu zal hij opnieuw als vrouw gekleed gaan. Zijn reactie: “Ik voel me tijdens die gouden uren op het bal eindelijk compleet, gelijmd, geheeld.”
Als zijn missie erop zit heeft de Franse koning intussen alweer iets nieuws voor hem bedacht. Zo wordt d’Éon kapitein van een regiment dragonders en gaat vechten in Westfalen. Hij maakt de meest vreselijke dingen mee, raakt gewond en toch wordt hij door zijn regiment voor vol aangezien vanwege zijn strategisch inzicht. Of misschien omdat zijn mannen in hem hun moeder zien, zoals hij zelf denkt. Het leger verliest van de Pruisen en dan wordt d’Éon diplomaat in Londen. Hij zal er allerlei beroemdheden ontmoeten, waaronder Belle van Zuylen, maar ook zijn grote liefde Hamilton Sidney, graaf van Foxton. Deze homofiele man accepteert d’Éon zoals hij is, naar lichaam man en naar innerlijk vrouw.

Dan keert het tij. Er ontstaan roddels en er worden weddenschappen gesloten over zijn man- of vrouw-zijn. Regelmatig wordt hij aangevallen en neergeslagen. Hij komt in 1777 voor de Engelse rechtbank en die bepaalt dat hij een vrouw is. Daar komt geen arts of zelfs maar ontkleding aan te pas. D’Éon kan terugkeren naar Frankrijk. Een van de bepalingen in de transactie was dat d’Éon vrouwenkleren moest gaan dragen en moest accepteren dat hij een vrouw was. Deze bepaling had d’Éon er zelf doorheen gedrukt, want volgens eigen zeggen was hij als vrouw geboren en als jongen opgevoed omdat zijn ouders een erfgenaam nodig hadden. Sidney is inmiddels gestorven aan de pokken en in Frankrijk treft koning Louis XV hetzelfde lot.

In het tweede deel leeft Charles verder als Geneviève. Na een korte periode in een klooster besluit ze dat ze nooit non zal worden en gaat terug naar Parijs, op bevel van de koning. Ze krijgt les in hoe ze zich als vrouw moet kleden, bewegen en gedragen. Enerzijds gaat haar dat gemakkelijk af en anderzijds komt regelmatig de man in haar om de hoek kijken. Soldatenkistjes bijvoorbeeld zitten veel comfortabeler dan satijnen muiltjes. Een mening hebben is er niet meer bij, evenmin als geleerdheid. Onzichtbaar moet ze zijn en dat bevalt haar allerminst. Toch krijgt ze steeds vaker te horen dat ze een voorbeeld is voor alle vrouwen want ze heeft bewezen dat een vrouw ook mannendingen kan doen. In deze tijd speelt het eerste feminisme en de opkomende gedachte van vrijheid en gelijkheid. Daarin past Geneviève uitstekend.

Dan moet ze verschijnen voor de nieuwe koning, Louis XVI, en zijn vrouw Marie Antoinette. Geneviève wordt toegevoegd aan het rariteitenkabinet van de koningin waar ook Joseph Bologne, een zwarte man die een beroemd violist en schermer is, toe behoort. Bologne en Geneviève zullen elkaar later door het leven proberen te helpen.
Door allerlei gezelschappen wordt Geneviève uitgenodigd. “Iedereen wil met eigen ogen zien dat een vrouw een militair en diplomaat kan zijn.”  Ze maakt kennis met beroemde schrijvers, filosofen en geleerden, maar niemand is geïnteresseerd in haar inzichten of meningen. Als het nieuws komt dat Frankrijk zich wil aansluiten bij de oorlog voor onafhankelijkheid van de Amerikaanse koloniën tegen Engeland, wil Geneviève haar militaire carrière weer oppakken, terwijl ze net leert borduren. Ze ziet zichzelf als een amazone of als Jeanne d‘Arc. De koning komt achter haar plannen  en laat haar in de gevangenis gooien. Als man mocht ze de koning dienen in veldslagen met gevaar voor haar eigen leven en als vrouw wordt ze bij het vuil gezet. Door bemiddeling komt ze vrij. Frankrijk wordt haar te benauwend en met pijn en moeite krijgt ze uiteindelijk toestemming om na twintig jaar terug te gaan naar Engeland. Het grootste deel van haar inkomsten is ze kwijt en ze ziet zich gedwongen steeds meer van haar kostbare boekenverzameling te verkopen. Haar huis met een eigen bediende moet ze opgeven. Dan lijkt de nieuwe Engelse vorst, de extravagante George IV, uitkomst te bieden. Ze laat zich door hem overhalen om voor geld te duelleren met Joseph Bologne. “Ik ben bijna zestig, maar ik kan deze uitdaging niet weigeren, al ben ik me ervan bewust op te draven voor een freakshow, de vrouw met de baard tegen de aangespoelde mulat. Mijn excuus is dat ik het geld meer dan nodig heb.”

Het onvermijdelijke moment komt waarop Louis XVI en zijn vrouw worden onthoofd en met hen hun aanhangers. Het is de tijd van de Franse Revolutie. D’Éon is er kapot van. Gelukkig komt zij Mary Cole tegen bij een van haar shows, de vrouw met wie zij vijftien jaar zal samenwonen en aan wie zij haar levensverhaal vertelt. Zij wil dat verhaal ook verkopen aan de hoogste bieder. Verarmd en vereenzaamd sterft zij uiteindelijk, maar Lianne Damen gaat nog een stapje verder: ze laat haar nog beschrijven hoe Mary haar lijk wast en dan pas ontdekt dat Geneviève een man is. Ook volgt de autopsie. De medische conclusie: “Geen twijfel mogelijk, hier ligt zoals we dat in de biologie en medische wetenschap noemen een persoon van het mannelijk geslacht.” Hierop reageert d’Éon over de dood heen met: “Is hij een vrouw? Is zij een man? Wat doet het ertoe? Ik was een mens.”

Volgens andere onderzoeken had d’Éon toch ook diverse ‘vrouwelijke karakteristieken’, zoals de ongewone ronding in de vorming van het lichaam en de opvallende borsten. Mogelijk was hij/zij een ‘interseksueel persoon’, dus iemand met een lichaam dat zowel mannelijke als vrouwelijke eigenschappen heeft. Of toch ‘transgender’, iemand van wie de genderidentiteit niet overeenkomt met het geslacht dat diegene meekreeg bij de geboorte? Welke term je ook loslaat op d’Éon, zijn/haar levensverhaal laat ons wel het belang zien van het accepteren van het anders-zijn van iemand. We kunnen alleen maar hopen dat er ooit een tijd komt dat we elkaar als eerste als mens zien. Deze roman van Lianne Damen helpt daarbij.

De enige minpunten, die En Garde heeft, zijn de ongeloofwaardigheid van het feit dat niemand, op één homofiele man na, d’Éon ooit naakt heeft gezien, zelfs de Engelse rechtbank niet, en dat Lianne Damen geen duidelijke keus maakt tussen het schrijven van een geschiedenisboek of de beschrijving van het leven van een ‘transgender’. De vele geschiedenisdetails en de talloze namen verhogen het leesplezier niet terwijl de tragiek van d’Éon wat onderbelicht blijft. Maar af en toe is er een zin die diep ontroert, zoals: “Ik moet mezelf warm houden, er is niemand anders die dat doet.”