Woordenlijst

Sommige woorden en begrippen in De Smeekbede behoeven enige uitleg, omdat ze nogal specifiek bij de Surinaamse geschiedenis en het slavernijverleden horen of typisch achttiende-eeuws zijn.

akker  Maateenheid voor plantages. Een akker is zo groot als tien vierkante ketting ofwel 0,43 hectare.

Plantage Frederiksdorp. In 1796 telde die 750 akker.

armazoen  Aanduiding voor een slavenschip, maar ook voor de levende lading zelf. Als de lading uit gewone handelswaar bestond werd het een cargazoen genoemd. Wordt ook gespeld als armasoen en cargasoen.

Arowakken  Volk van indianen.

Aucaners  Groep van marrons, genoemd naar de toenmalige plantage Auka aan de Surinamerivier. Deze van plantages weggelopen marrons werden ook bosnegers genoemd.

bak  Bakverblijf of voorkasteel. Voorste deel van het schip, vlak onder het dek, voor de lagere rangen, maar ook afdeling van zes à twaalf personen, die gedurende een zeereis samen eten uit dezelfde bak.

barbekotte  Vlonder met openingen waarop suikervaten konden uitlekken. Het woord stamt uit Arowakse talen en kent meerdere betekenissen.

bastiaan   Zie basya.

basya  Slaafgemaakte zwarte die opzichter is over andere zwarte arbeiders op een plantage. Er zijn verschillende spellingen bekend.

banja  Snaar- of tokkelinstrument, lijkt op gitaar, maar heeft vier snaren en is deels van schapenvel.

Hiernaast zie je verschillende instrumenten (uit: Narrative of a five years’ expedition against the revolted negroes of Surinam van Stedman).

blankofficier  Aanvankelijk blanke, later ook gekleurde plantage-opzichter. Legt verantwoording af aan directeur.

blawforki  Zie tangare.

bomba  Benaming van speciale toezichthouders op Nederlandse slavenschepen. De bomba’s waren vrije Afrikanen die op de schepen als tussenpersonen fungeerden. Ze gingen als een soort tolken, maar ook bewakers, met de slavenschepen mee. Het is niet duidelijk of ze in dienst van de WIC waren of werden ingehuurd. In de achttiende eeuw ook gebruikt als woord voor slaafgemaakte zwarte bewaker van of opzichter over mede-slaven op plantages (buiten Suriname, zoals op de Nederlandse Antillen en in Brits Guiana. In Suriname basya genoemd).

bosnegers  Zie marrons.

Boni’s  Groep marrons die in het noordoosten van Suriname tussen 1765 en 1793 in oorlog was met de koloniale overheid. Genoemd naar hun aanvoerder Boni.

bonuman  Traditioneel medicijnman, natuurgenezer, wintipriester.

bonuvrouw  Zie bonuman.

brigantijn  Wendbaar zeilschip met twee masten, ook wel schoenerbrik genoemd.

brik  Betrekkelijk klein, snelvarend zeilschip met twee masten.

cotillon  Partnerdans uit begin achttiende eeuw, waarbij verschillende paren en verschillende dansers elkaar steeds kruisen.

cordonpad   Aangelegd vanaf 1765 naar aanleiding van de Boni-oorlogen. De verdedigingslinie diende tegen de aanvallen van gevluchte slaven en ook om weglopers tegen te houden. Het bestond uit een pad, geflankeerd door greppels en kapotte flessen, versterkt met hoofd-, sub- en piketposten. Het liep vanachter Jodensavanne (foto rechts) in het district Para bijna tot de Cotticarivier in het district Marowijne en is vanuit de lucht nog altijd waar te nemen.

dresmama  (Oude) zwarte slaafgemaakte vrouw die zieken en gewonden verzorgde op de plantage of in een plantageziekenhuis(je).

dresneger  Slaafgemaakte zwarte die als dokter dienstdeed op een plantage.

exploicteur  Deurwaarder, of uitvoerer, uitwerker, verrichter (volgens Lodewijk Meijers Woordenschat uit 1669, de auteur vond het toen al een verouderd woord dat uitleg behoefde).

ferman  Turkse pas. Bevelschrift van de sultan dat op zee als handelspas fungeerde.

fluit  Lang type zeilschip met drie masten, een platte bodem, een brede buik, een smal dek en een ronde achtersteven dat als vrachtschip werd gebouwd in de 17e en 18e eeuw.

Gezicht op de rede van Hoorn met een fluitschip waarvan de lading wordt overgebracht op een lichter. Het schilderij dateert uit de zeventiende eeuw.

frak  Lange jas met slippen voor heren.

fregat  Snelle, wendbare driemaster, ter beveiliging van koopvaarders.

futuboy  Knecht.

galkoorts   Ook wel maagkoorts genoemd. Men nam aan dat deze koorts veroorzaakt werd door overtollige afscheiding van gal. Tegenwoordig aangeduid met galblaasontsteking.

gele koorts  Infectieziekte, veroorzaakt door het gelekoortsvirus, dat door steekmuggen wordt verspreid.

grietjebie   De grote kiskadie is een insectenetende (sub)tropische zangvogel. De geel-zwarte vogel maakt een kenmerkend wat schreeuwend geluid.

hernhutters  Zie Evangelische Broedergemeente.

hete koorts  Tyfus; ernstige ingewandsziekte. Besmettelijk. Ook wel zenuwkoorts genoemd.

jaws  De jas, jaas of yaws of Guinesche pokken is de ziekte framboesia of leishmaniasis. Deze twee ziektes vertonen allebei zweren, builen en puisten op de huid. De eerstgenoemde wordt veroorzaakt door een bacterie; besmetting gaat via rechtstreeks lichamelijk contact. Bij de tweede wordt de ziekteverwekker overgebracht door de jaasvlieg (verwijzend naar de naam van eerstgenoemde ziekte). De twee ziektes werden voor begin twintigste eeuw niet van elkaar onderscheiden.

jaasbonken  Peesknopen (littekens) als gevolg van jaws.

kapa  Grote ketel waarin suikerriet werd gekookt.

Door latere immigranten gebruikt als kookpot voor soep. Ook gespeld als kappa.

kamizool  Ook hemdrok, wambuis of borstrok genoemd. Onderhemd met lange mouwen. In Suriname was het bij mannen als bovenkleding in gebruik.

kokarde  Een (meestal rond) insigne met symbolische functie, vaak gedragen op een hoed of muts.

koraalboom   Tropische boom of struik uit de vlinderbloemenfamilie. Wordt in Suriname de koffiemama genoemd, vanwege de schaduw die hij geeft aan koffieplanten op de plantages.

Korps Witte Jagers  Het korps met witte, blanke soldaten werd in 1786 opgericht door Jurriaan François de Friderici (van 1792 tot 1801 gouverneur-generaal). Werd ook Korps Blanke Jagers genoemd.

Korps Zwarte Jagers  Militaire eenheid van vrije negers (1772-1818). Bijnaam Redi Musu, naar de rode mutsen die ze bij hun uniform droegen. De leden werden speciaal voor dit korps gemanumitteerd. Ook genoemd: Vrijkorps, Korps Vrijnegers. Werd soms aangeduid met Negerjagers, hoewel die term dubbel kan worden uitgelegd en in de huidige tijd sowieso akelige associaties oproept.

kra  Ziel (winti).

last  Bij de voc bedroeg een scheepslast tussen de 1250 en later 2000 kilogram. In graan was een last 3000 liter.

lichter Bergingsvaartuig of binnenschip. Een klein schip waarin de goederen vanuit een groot schip worden overgeladen, als het grote schip geen mogelijkheden heeft om aan te leggen.

malinker In Suriname betekende het een gedeeltelijk arbeidsongeschikte slaafgemaakte (ook als bijvoeglijk naamwoord gebruikt). In de Republiek gebruikt voor iedere gedeeltelijk arbeidsongeschikte.

manumissie (manumissio) Juridische term (uit het Romeins recht) voor het vrijlaten/vrijmaken van een slaafgemaakte. Omdat planters meenden dat ‘vrije negers’ allerlei maatschappelijke overlast veroorzaakten werd getracht hun aantal in te perken. Dit resulteerde in het Manumissiereglement van 1733, waarin strikte voorwaarden werden vastgelegd en allerlei regels werden gesteld. Dit reglement was dus geen uiting van verlicht denken, maar juist bedoeld om het aantal vrijverklaringen te beperken. In de loop der tijd werden de regels steeds verder aangescherpt. Zo ook in 1788, het jaar waarin Engelbert naar de Republiek terugkeert. Hij is waarschijnlijk niet op de hoogte geweest van de verscherpte regels, waardoor de manumissie van Dédé in de soep kon lopen. Historici vermoeden dat er meer vrouwen dan mannen werden vrijgelaten omdat ze makkelijker in een afhankelijke positie konden worden gehouden. Eigenaren bleven een beroep op hen doen. Zo was het ook bij Dédé. En hoewel de Staten Generaal in 1771 stelden dat slaafgemaakten die in Nederland voet aan wal zetten automatisch vrij waren, werden ook hieraan in de daaropvolgende jaren termijnen en eisen gekoppeld, zoals het uitgaansverbod na 21:00 uur, verbod op omgang met slaafgemaakten, en de plicht hun vroegere eigenaren respect te bewijzen.

Vrijlatingsbrief (Koninklijk Instituut voor de Tropen). Manumissie op 1 juli 1853 van Elisabeth Clasina Woiski, geboren in 1829.

marrons  In groepsverband in de bossen levende, de slavernij ontvluchte vrije zwarten of in vrijheid geboren afstammelingen van deze voortvluchtigen, ook wel bosnegers genoemd.

masra Meester, aanspreekvorm. Granmasra is de grootmeester, de hoogste in Suriname aanwezige gezagsdrager van een plantage: de eigenaar of de administrateur.

mijl  Tot de Napoleontische tijd waren er veel meeteenheden in omloop. De zeemijl bedroeg (en bedraagt nog steeds) ongeveer 1,8 kilometer. Op het land kwam de Hollandse mijl overeen met 1 uur gaans, ongeveer 4 kilometer. Voor afstanden over water zijn in dit boek zeemijlen gebruikt, over land is de Hollandse mijl aangehouden.

misi  Meesteres, aanspreekvorm.

Moravische broeders  Zie Evangelische Broedergemeente

morpho menelaus  Vlinder met kobaltblauwe vleugels die bij lichtinval zelf licht lijken te geven.

Evangelische Broedergemeente  Opwekkingsbeweging; in 1722 gesticht door Nikolaus von Zinzendorf. Op zijn landgoed werd de nederzetting Herrnhut gesticht. Leden baseerden zich op het gedachtegoed van de hussieten. Ze waren in Europa, zowel als erbuiten mikpunt van uitsluiting en soms ook vervolging.

Worden ook wel Moravische broeders of hernhutters genoemd.

obia  Medium, amulet of magisch medicijn tegen hekserij en ziekten in marroncultuur.

okshoofd  Een inhoudsmaat in de vorm van een groot vat (van ruim 200 liter), dat vroeger voor wijn en sterkedrank gebruikt werd, maar ook voor bier, tabak en suiker. Soms gebruikt als synoniem voor het vat zelf. Ook gespeld als oxhoofd.

piece d’India  Een gezonde slaafgemaakte Afrikaan tussen de 15 en 36 jaar. De minder productieve jongeren en ouderen werden voor twee derde piece d’India geteld. Baby’s, bejaarden en zieken telden voor een halve piece d’India.

piki-nyan  Illegale manumissie, zonder officiële kennisgeving en betaling van belasting en andere kosten. Letterlijk iemand die zijn eigen kostje bij elkaar moet scharrelen.

pruik  In 1795 werd in Engeland de Hair Powder Certificates Act ingevoerd, waarmee belasting op haarpoeder werd geheven om de oorlog met Frankrijk mee te bekostigen. Mede hierdoor raakte het dragen van pruiken uit de mode.

Redi Musu  Roodmutsen. Zie Korps Zwarte Jagers.

redoute  Een kleine, geheel omsloten veldschans met uitspringende hoeken.

reduit  Een zelfstandig verdedigbaar werk binnen een fort, dat dient om de verdediging na de val van de hoofdwal te kunnen voortzetten.

Kruithuis bij Fort Nieuw Amsterdam

ringworm  Besmettelijke schimmelinfectie van de huid, in de vorm van ringen.

robe chemise  In de jaren tachtig van de achttiende eeuw werden de rijk gedecoreerde, volumineuze japonnen met strakke lijfjes, hoepels en baleinen langzaam verruild voor lichtere katoenen, eenvoudiger jurken, waarmee koningin Marie-Antoinette eerder opzien had gebaard.

robe directoire  Na de Franse Revolutie en rond de eeuwwisseling ontstane dracht, net als de robe chemise geïnspireerd op de klassieke oudheid, die eerst robe directoire en vanaf 1804 naar het keizerrijk wordt vernoemd: robe empire.

rodeloop  Dysenterie, zware vorm van diarree. Ook wel bloedgang of persloop geheten.

Roodmutsen  Redi Musu. Zie Korps Zwarte Jagers.

roodvonk Besmettelijke (bacteriële) ziekte, door direct contact of aanhoesten.

snauw  Een 17e- en 18e-eeuws zeilschip voor de binnenvaart of kustvaart. Het was een brik met een extra mastje direct achter de bezaansmast, de snauwmast.

tangare  Zangvogel. De familie van tangaren telt honderden soorten, die alleen in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika voorkomen. Blawforki is de Surinaamse benaming van de bisschopstangare, de blauwe, tropische variant.

winti  Bovennatuurlijke wezens in de Afro-Surinaamse religie.